Brandweer
Algemeen
De brandweer is de instantie die zich bezighoudt met het redden van mens en dier en het voorkomen en bestrijden van brand. Tot haar taken behoren ook voorlichting, controle op preventieve maatregelen, brandbestrijding en rampenbestrijding. Ook wateroverlast en overlast ten gevolge van wespenplagen en dergelijke neemt zij in sommige gemeenten voor haar rekening.
De Nederlandse brandweer beschikt over een wagenpark dat signaalrood van kleur is (kleurcode RAL 3000). Daarnaast zijn de voertuigen voorzien van een striping die in Nederland ook wel BZK-striping wordt genoemd. Deze is in het leven geroepen om de herkenbaarheid van de verschillende hulpverleningsdiensten te vergroten. Politiewagens en ambulances hebben een vergelijkbare striping, maar dan in een andere kleurstelling. De voertuigen van de brandweer zijn uitgerust met blauw zwaailicht en twee-tonige hoorn.
Vrijwillige Brandweer
Met name in de kleine en middelgrote gemeenten is bijna altijd sprake van een vrijwillige brandweer. 80 procent van de vrijwilligers doet het brandweerwerk als bijtaak. Vaak mag deze van de werkgever het werk verlaten wanneer hij of zij opgeroepen wordt voor een dringende interventie. In deze gevallen wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij of zij binnen 2 tot 3 minuten na alarmering in de kazerne is. Veelal wordt er met piketregelingen gewerkt om de opkomst van een volledige bemanning te kunnen garanderen.
Beroepsbrandweer
Beroepskorpsen vindt men alleen in grote steden of bijzondere gebieden zoals Europoort. Een dienst wordt volledig in en om de kazerne doorgebracht in afwachting van een oproep. Gedurende deze uren vindt het onderhoud aan materiaal en kazerne plaats, wordt oefening en studie gedaan en worden rusturen ingelast. Uiteraard heeft een alarmoproep de hoogste prioriteit.
Beroepsmensen werken vaak in een rooster van 24 uur dienst en 48 uur vrijaf of een 12/24/12/48 uren schema (12 op; 24 af; 12 op; 48 af). Tijdens de nacht slaapt een beroepsbrandweerman of -vrouw in een slaapverblijf in de kazerne, deze tijd maakt dan ook gewoon deel uit van de werktijd. De traditionele "24 uur op en 48 uur af" resulteerde in een (gemiddeld) 56 urige werkweek. Volgens europese regelgeving mag een werkweek echter niet langer dan 48 uur zijn. In 2007 werd daarom de werkweek van de brandweerlieden aangepast zodat er maximaal 48 uur per week gewerkt wordt, waarbij de mensen met een 56-urig arbeidscontract nog wel het zelfde salaris behouden. Voor de werkgevers betekent dit dat er sinds 2007 meer brandweermensen nodig zijn om de kazernes te bemannen.
Opleiding
Een deel van de aspirant-brandweerlieden is afkomstig van de jeugdbrandweer. De beroeps- en de vrijwillige brandwacht ondergaan dezelfde opleiding(en). Er zijn verschillende rangen waaraan bepaalde opleidingsverplichtingen zijn gekoppeld. Het diploma brandwacht (tegenwoordig manschap) bijvoorbeeld, bestaat uit de modules repressie, persoonlijke bescherming en levensreddende handelingen. De combinatie leidt tot het diploma. Daarna kan men brandwacht 1e klasse (tegenwoordig manschap 1) en hoofdbrandwacht worden (De rang hoofdbrandwacht zal in de nabije toekomst mogelijk verdwijnen). Daarna onderbrandmeester en brandmeester etc. Ter indicatie; de opleiding tot onderbrandmeester (bevelvoerder) vergt voor vrijwilligers circa vijf jaar. Een manschap leert hoofdzakelijk blussen, een manschap 1 technische hulpverlening (van het knippen in auto's tot het heffen van een last tot het omzagen van een boom). Een onderbrandmeester is bevelvoerder (leidinggevende) op een tankautospuit en geeft leiding aan 5 tot 7 personen.
De opleiding tot brandweerofficier vindt in Nederland centraal plaats aan het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid/NIBRA te Arnhem. Na een HBO of WO opleiding worden kandidaten in 18 maanden opgeleid en getraind tot incidentmanager.
Bedrijfsbrandweer
Luchthavens en de grotere industrieën beschikken over een eigen bedrijfsbrandweer. De bedrijfsbrandweer is opgeleid overeenkomstig de overheidsbrandweer, maar is gespecialiseerd in hun bedrijf. Ze hebben een goede kennis van hun verzorgingsgebied en de specifieke gevaren. Bedrijfsbrandweren verlenen vaak ook bijstand aan de lokale of regionale brandweer als dit nodig is. In Nederland zijn veel bedrijfsbrandweren min of meer geďntegreerd in de regionale brandweer gelijk aan gemeentelijke korpsen. In het Rotterdamse Europoort gebied zijn veel bedrijven gevestigd die een bedrijfsbrandweer nodig hebben. Deze bedrijven hebben zich samen met de gemeentelijke brandweer van Rotterdam en Rozenburg en het gemeentelijk havenbedrijf verenigd in het "Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer". Een goed voorbeeld van een bedrijfsbrandweerkorps is de Feuerwehr van het chemieconcern BASF in Duitsland. Zij zijn een autoriteit op het gebied van brandbestrijding in chemische installaties en passen hun expertise internationaal toe.
Bevelvoerder
Een bevelvoerder bij de brandweer geeft leiding aan de bemanning van een tankautospuit en eventueel een aanvullend voertuig zoals een autoladder, hoogwerker of hulpverleningsvoertuig.
De bevelvoerder is verantwoordelijk voor de juiste inzet van de aan hem toegewezen manschappen. Bij kleine inzetten is de bevelvoerder de leidinggevende bij het incident. Bij grotere incidenten zorgt een officier van dienst voor de coördinatie tussen de verschillende bevelvoerders en voor de communicatie met de meldkamer. Wel zal bijna altijd een bevelvoerder als eerste ter plaatse zijn, deze maakt dan een eerste plan van aanpak naar aanleiding van een verkenning.
Tijdens de rit naar het incident, het "aanrijden" heeft de bevelvoerder contact met de meldkamer en ontvangt daarbij de beschikbare informatie en vraagt eventueel om bijstand van andere brandweereenheden, ambulance, politie of andere organisaties. Hij draagt de informatie over aan de manschappen en deelt de manschappen in. Hierbij worden in principe twee man (nummers 1 en 2) de aanvalsploeg en de nummers 3 en 4 de waterploeg. Bij voornamelijk vrijwillige brandweer kan het voorkomen dat er meer manschappen in het voertuig zitten, deze worden dan naar behoefte ingedeeld, maar wel steeds in groepjes van 2.
Van een bevelvoerder wordt verwacht dat hij de basisbeginselen van wiskunde, natuurkunde en scheikunde kent en daarnaast doet hij of zij tijdens de opleiding diepgaande kennis op van verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, autotechniek, technische hulpverlening behandeling van slachtoffers en nog veel meer. Naast al deze theoretische kennis is leiding geven een heel belangrijk aspect.
Rangen
De Nederlandse brandweer kent net als politie en strijdkrachten een systeem van rangen. De brandweerlieden dragen epauletten op hun kazernekleding en officieel uniform als teken van hun rang. Deze rangen op deze lijst staan vermeld van hoogste naar laagste rang:
| Hoofdofficieren |
 | Hoofdcommandeur 1e Klas |
 | Hoofdcommandeur |
 | Adjunct Hoofdcommandeur 1e Klas |
 | Adjunct Hoofdcommandeur |
 | Commandeur 1e Klas |
 | Commandeur |
| Officieren |
 | Hoofdbrandmeester 1e Klas |
 | Hoofdbrandmeester |
 | Adjunct Hoofdbrandmeester 1e Klas |
 | Adjunct Hoofdbrandmeester |
| Onderofficieren |
 | Brandmeester |
 | Onderbrandmeester |
| Manschappen |
 | Hoofdbrandwacht |
 | Brandwacht 1e Klas |
 | Brandwacht |